Nieuwe Syrische kabinet: Inclusief op papier, maar Koerdische inspraak blijft achter
In aanloop naar de aankondiging van een nieuw Syrië kabinet is er veel aandacht voor de belofte van inclusieve hervorming. Volgens een hooggeplaatste bron zal de nieuwe regering, die binnenkort wordt gevormd, garant staan voor minderheden door vertegenwoordigers van de Koerden, christenen en Druzen een plek in het kabinet te geven. De totale herstructurering omvat 22 ministersposten, waarbij slechts één of twee ministers hun functie behouden. Ook wordt er een ministerie voor vrouwen aangewezen en worden enkele departementen samengevoegd, terwijl een apart Supreme Fatwa Council wordt opgericht.
Deze maatregelen zijn onderdeel van een bredere poging om een niet-sectarische en op instituties gebaseerde overheid te creëren, zoals interim-president Ahmad al-Sharaa eerder benadrukte. Tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de provincie Suwayda, een regio met een grote Druzenpopulatie, stelde al-Sharaa dat de nieuwe regering moet functioneren op basis van nationale eenheid en juridische kaders, los van etnische of religieuze onderverdelingen.
Ondanks deze stappen naar meer inclusiviteit, is er onvrede onder sommige Koerdische politieke actoren. De Koerdische Nationale Raad in Syrië (KNCS) heeft aangekondigd niet deel te nemen aan de ceremonie ter gelegenheid van de regeringsvormingsaankondiging. KNCS-spokesman Faisal Yusuf verklaarde:
“We zullen niet deelnemen aan de ceremonie omdat de nieuwe administratie niet met ons in overleg is getreden over de samenstelling van dit kabinet. De Koerdische politieke krachten zijn de legitieme vertegenwoordigers en verdedigers van de rechten van het Koerdische volk.”
Yusuf bekritiseerde verder dat, hoewel er volgens mediaberichten enkele Koerdische ministers in de nieuwe regering zouden komen, er geen overleg heeft plaatsgevonden over de criteria voor Koerdische vertegenwoordiging. Volgens hem is symbolische deelname, zoals die onder het Assad-regime, niet voldoende. De KNCS eist dat de nieuwe regering concrete garanties biedt voor de rechten van de Koerden, zodat zij als een essentieel onderdeel van de nationale identiteit worden erkend.
Historisch gezien is de kwestie van minderheidsrepresentatie in Syrië een gevoelig onderwerp. Al sinds de jaren ’70, toen minderheden systematisch werden gemarginaliseerd, is er een voortdurende strijd gevoerd voor een evenwichtigere machtsverdeling. De recente pogingen tot inclusieve hervorming worden ook in de context gezien van eerdere dialooginitiatieven tussen Koerdische partijen, die sinds de val van het Assad-regime onder meer onder de vleugels van President Masoud Barzani een poging hebben ondernomen tot eenheid. De roep om echte, substantiële vertegenwoordiging blijft daarbij centraal staan.
Zolang er geen breed gedragen en oprechte dialoog plaatsvindt met alle betrokken Koerdische entiteiten, blijft de scepsis bestaan dat de belofte van inclusiviteit slechts een symbolische stap is. Voor de Koerden, die al decennialang strijden voor erkenning en gelijke behandeling, is het essentieel dat toekomstige politieke structuren niet alleen de diversiteit op papier erkennen, maar ook de daadwerkelijke politieke macht en rechten van het Koerdische volk versterken.
Foto: Middle East Eye