Bagdad bouwt 1.000 scholen, maar Koerdische Regio krijgt niets: “Structurele uitsluiting ondermijnt eenheid”
Iraaks premier Mohammed Shia’ al-Sudani kondigde zaterdag aan dat een grootschalig onderwijsproject – de bouw van 1.000 nieuwe scholen – is voltooid. Maar de viering in Bagdad verbergt een pijnlijke realiteit: de Koerdische regio, die grondwettelijk recht heeft op een eerlijk aandeel in federale projecten, is volledig buiten de boot gevallen.
“Modern onderwijs voor heel Irak?”
De scholen, gefinancierd via een Irak-China-akkoord en verspreid over zuidelijke en centrale provincies, moeten dubbelploegendiensten en overvolle klassen oplossen. Al-Sudani prees via een videoboodschap de “voorbeeldige samenwerking” tussen ministeries en noemde het een “bewijs van goed bestuur”. Opvallend: van de 210 reeds geopende modelscholen ligt geen enkele in Erbil, Sulaimani of Duhok – de drie Koerdische provincies.
Kritiek laait direct op. “Hoe kan Bagdad spreken over nationale eenheid terwijl Koerdische kinderen worden genegeerd?” vraagt politiek analist Ahmed Rasheed. Cijfers bevestigen de scheve verdeling: Bagdad kreeg 144 scholen, de sjiitische zuidelijke provincie Dhi Qar 106, en zelfs het omstreden Kirkuk (44 scholen) deed beter dan Koerdistan.
Volgende fase: opnieuw geen garanties
Al-Sudani kondigde aan dat nog eens 600 scholen gepland staan, gefinancierd via het Irak-ontwikkelingsfonds. Maar gezien de huidige uitsluiting, twijfelen experts of Koerdistan hier wel van profiteert. “Bagdad gebruikt ‘centrale planning’ als excuus om Koerdische rechten te omzeilen,” stelt parlementslid Shno Ahmed (PUK).
Corruptie als wurggreep
De uitsluiting past in een breder patroon, blijkt uit een rapport van het al-Rafidain Centrum voor Dialoog. Ondanks dat Koerdistan dagelijks 450.000 vaten olie levert aan Bagdad, wordt de regio financieel uitgeknepen. Salarissen van ambtenaren blijven maanden achter, medicijntekorten zijn chronisch, en investeringen vluchten weg – terwijl Bagdadse elites profiteren van schimmige contracten.
“Dit is geen toeval, maar beleid,” zegt econome Lina Khaled. “Koerdistan betaalt de prijs voor een corrupt systeem waar alleen Bagdad beter van wordt.” Zo werd het budget voor Koerdische gezondheidszorg dit jaar met 30% gekort, terwijl het ministerie van Olie in Bagdad 2,3 miljard dollar aan onverklaarde uitgaven noteerde.
Onderwijs als politiek wapen
De scholenkwestie raakt een open zenuw in de relatie Bagdad-Erbil. Volgens de grondwet heeft Koerdistan recht op 17% van het federale budget, maar dat wordt al jaren ingehouden onder het mom van “budgetdisputen”. Intussen verkeren veel Koerdische scholen in verval, met lekkende daken en gebrek aan verwarming.
“Als Bagdad echt wil investeren in de toekomst, begin dan bij gelijke kansen,” zegt lerares Rojin Mahmoud uit Erbil. “Onze kinderen verdienen net zo goed moderne scholen als die in Basra.”
Voorlopig lijkt de boodschap van Bagdad echter duidelijk: eenheid ja, maar alleen op hun voorwaarden. En zo blijft het onderwijsproject niet slechts een infrastructuurplan, maar een spiegel van Irak’s diepgewortelde verdeeldheid.