45 jaar na genocide: Feyli-Koerden eisen erkenning en gerechtigheid
Op de 45e herdenking van de genocide tegen de Feyli-Koerden heeft president Masoud Barzani van de Koerdische Autonome Regio de onverzettelijkheid van deze gemeenschap benadrukt en hun centrale rol in de strijd voor Koerdische vrijheid herdacht. Zijn boodschap, vrijdag verspreid via sociale media, richtte zich zowel op het verleden als de voortdurende strijd voor erkenning.
Systematische uitroeiing onder Saddam
Barzani’s verklaring plaatste de tragedie van de Feyli-Koerden binnen het bredere beleid van het voormalige Ba’ath-regime om de Koerdische identiteit uit te wissen. “De genocide was geen geïsoleerd incident, maar onderdeel van een plan om ons volk te vernietigen,” aldus de president. De Feyli-Koerden, een van oudsher in de grensgebieden van Irak en Iran wonende gemeenschap, werden tussen 1980 en 1988 massaal gedeporteerd, gemarteld en vermoord. Tienduizenden raakten hun staatsburgerschap en bezittingen kwijt, terwijl duizenden jongeren spoorloos verdwenen.
Ook premier Masrour Barzani riep in een aparte verklaring op tot actie: “Na 45 jaar is het tijd dat Bagdad de verantwoordelijkheid neemt en compensatie biedt aan nabestaanden.” Hoewel het Iraakse parlement de genocide in 2010 formeel erkende, wachten veel overlevenden nog steeds op schadeloosstelling of het herstel van hun rechten.
Vergeten slachtoffers, onopgeloste wonden
De campagne tegen de Feyli’s – van oorsprong sjiitische Koerden – bereikte een dieptepunt tijdens de Iran-Irakoorlog. Families in steden als Bagdad, Khanaqin en Mandali werden uit elkaar gerukt, mannen geëxecuteerd en vrouwen gedeporteerd. Naar schatting 10.000 tot 20.000 Feyli’s kwamen om, terwijl duizenden bedrijven en huizen werden geconfisqueerd. Tot op de dag van vandaag hebben veel nabestaanden geen toegang tot officiële documenten of burgerschap.
Herdenken als politieke daad
De jaarlijkse herdenking, die samenvalt met de nagedachtenis van de Anfal-campagnes en de Halabja-gasaanval, onderstreept de blijvende impact van deze trauma’s op de Koerdische samenleving. Barzani’s boodschap benadrukte niet alleen het leed, maar ook de veerkracht van de Feyli’s: “Hun verzet en offers zijn verweven met onze nationale strijd.”
Critici wijzen erop dat de roep om internationale erkenning van de genocide nog steeds onbeantwoord blijft. Terwijl de Koerdische regio archieven opent en monumenten bouwt, blijft Bagdad zwijgzaam over compensatie. Premier Barzani’s oproep markeert daarmee een nieuwe fase in de lange weg naar gerechtigheid – een weg die volgens experts net zo veel over huidige politieke verhoudingen zegt als over het verleden.